Interview met zr Truus Sonder in het Schijndels Weekblad - november 2006

zr_Truus.jpgDe Congregatie van de Schijndelse Zusters van Liefde bestaat 170 jaar. Gisteren, 1 november, was de dag die als stichtingsdag wordt aangehouden. De geschiedenis van de congregatie, en dan met name de historie voor zover die betrekking heeft op Schijndel, komt uitgebreid in beeld bij het 175-jarig bestaan in 2011. Maar nu al kunnen belangstellenden kennis nemen hoe het was en hoe het geworden is via een tentoonstelling in het Moederhuis aan de Pastoor van Erpstraat.

Maar de congregatie is niet louter herinneringen en historie. Nu, 170 jaar na Mieke de Bref, is de congregatie nog steeds een gemeenschap van religieuzen die sterk betrokken zijn bij de wereld om hen heen, zo maakt algemeen overste, zuster Truus Sonder duidelijk.
 

 

Rijke oogst
”Dat we nu meer aandacht besteden aan het feit dat we 170 jaar bestaan, heeft ook te maken met het feit dat we nu in de kapittelperiode zitten”, aldus de overste. ”Het kapittel wordt iedere zes jaar gehouden en is een belangrijk moment voor de hele congregatie. Het is een moment waarop we terugblikken op de afgelopen jaren en ons bezinnen op onze spiritualiteit, op onze kloostergemeenschap en onze missie. Alle leden van de congregatie hebben we persoonlijk uitgenodigd om mee te denken over de toekomst. Dat heeft een rijke oogst aan gedachten opgeleverd, gedachten over hoe de zusters hun leven nu beleven en hoe zij elkaar kunnen inspireren.”

Werken
”Ora et labora” staat er boven de entree van het Moederhuis in de Pastoor van Erpstraat, ”Bid en werk”, de leuze van de congregatie. Heel lang is dat letterlijk de opdracht geweest waarmee de zusters zich hebben ingezet voor God en de wereld om hen heen.  Waar zij gevraagd werden, trokken zij heen om hun taak te verrichten, vooral op terreinen van zorg en onderwijs. In Schijndel zijn de verschillende basisscholen, kleuterscholen, mulo en kweekschool en nu het Elde College de sprekende bewijzen van wat de zusters op dit terrein tot stand hebben gebracht. Maar ook de verzorgingscentra en het verpleeghuis getuigen daarvan net als Huize Lidwina, ooit een kleinschalig ziekenhuis voor Schijndel en de regio. En wat in Schijndel werd gerealiseerd, gebeurde ook elders.
De algemeen overste benadrukt dat de zusters van Schijndel altijd en overal de handen uit de mouwen hebben gestoken, dat het geen beschouwende, contemplatieve congregatie
is maar een werkende. Dat gebeurde ook buiten Nederland, vanaf 1920 op Curaçao, later op Sumatra, in Zambia en Chili. De Schijndelse zusters waren daar niet op de eerste plaats om nieuwe kloosters te stichten maar om te werken voor hen die hulp nodig hadden. Alleen in Indonesië heeft dat geleid tot een congregatie die in 1990 zelfstandig geworden is.
”In Zambia kwamen de zusters zelf tot het inzicht dat het werk wat zij deden, net zo goed gedaan kon worden door de vrouwen daar.” Overste Sonder voegt daar wel aan toe dat het leven ”buiten” voor veel zusters  tijd van hun leven is geweest en dat ook zij die terug zijn, nog altijd sterk betrokken zijn bij de gebieden waar zij gewerkt hebben.
Terloops haalt zij aan hoe weinig mensen vaak w
eten van wat de congregatie deed en doet. ”We hebben wel eens meegedaan met de Open Kloosterdag waarop het publiek een kijkje kon nemen en wij vertelden over ons leven en werk hier en in het buitenland. Toen heb  ik iemand horen opmerken: Ik heb nooit geweten dat zusters werkten.”

Verdieping
Ora et labora. Werken heeft een andere invulling gekregen in het kloosterleven van nu. De congregatie telt momenteel nog ongeveer 275 zusters van wie er zon 175 in Schijndel wonen. In het Moederhuis zijn er dat ruim honderd, een vijftiental in Sint Barbara, terwijl er nog veertig op Annahof verblijven en er enkelen in kleine groepjes of zelfstandig wonen. Het zijn aantallen die alleen nog maar
zullen afnemen. ”De afgelopen dertig jaar is er niemand meer ingetreden. De afgelopen jaren hebben we zes huizen moeten sluiten elders in Nederland.” Dat alles heeft gevolgen. ”Het leven in de congregatie is veranderd. Van een werkende gemeenschap zijn we een leefgemeenschap geworden. Vroeger hadden we onze taken, nu zijn we veel meer gericht op het leven met elkaar. Er heeft een verdieping plaatsgevonden. We zijn een vergrijzende samenleving maar ook in het oud worden kun je de volheid van het leven ervaren. Je kunt ook genieten van een kwetsbaar leven, het leven schouwen , met mededogen schouwen, en daarin betekenis vinden voor ons leven. Want een mensenleven bestaat niet uit werken alleen.
”Een en ander neemt niet weg dat de zusters een open oog houden voor de wereld om hen heen. ”Wij houden bij wat er gebeurt via kranten, televisie, internet, we blijven betrokken bij het leven”.
Overste Sonder wijst daarbij op de inzet voor de interne zorg maar ook voor bijvoorbeeld vluchtelingen of vrouwen in probleemsituaties. Het werken leverde heel lang weinig op, totdat de wetten veranderden en de zusters betaald werden voor hun arbeid in zorg en onderwijs. Nu de zusters geen menskracht meer kunnen inzetten, zetten zij zich op ander manieren in voor de medemens, met andere middelen. Dat gebeurt
onder andere via de koepelorganisatie voor Nederlandse religieuzen, de KNR. De gezamenlijke  orden en congregaties kennen commissies voor projecten in Nederland en ook voor wereldwijd.”We vinden dat we moeten delen, in gelijkwaardigheid iets doen. Dat is de keuze die we hebben gemaakt”.

Leven in gemeenschap
Toekomstplannen maken, en de algemeen overste is daar heel reëel in, betekent vooral proberen ervoor te zorgen dat de zusters zolang mogelijk met en bij elkaar kunnen leven. Meer lijkt niet mogelijk en Sonder wijst er daarbij op dat het andere congregaties niet anders vergaat. ”We willen als religieuzen  
het leven blijven delen met elkaar en met velen. We willen leven als gemeenschap in een samenleving die steeds meer op het individu gericht is.”De grote zorg van de zusters is nu de zorg voor elkaar. ”We doen nog steeds zoveel mogelijk zelf maar met zoveel hoogbejaarde zusters lukt dat niet meer. Daarom hebben we nu ook medewerkers van buiten die ons daarin bijstaan’.
Afsluitend spreekt de algemeen overste de hoop uit dat de Zusters van Liefde ingebed zullen blijven in de Schijndelse gemeenschap, ”in wederkerigheid”.
”Wij hebben veel leven gedragen. Nu hopen wij dat wij ons ook gedragen mogen weten door de gemeenschap van Schijndel.”