2012, 6 september: afscheid van dhr Backus als directeur van de werkorganisatie

backus.jpgRiël Backus neemt afscheid van de Zusters van Liefde

“De congregatie was een goede werkgever”

 Tekst: Gerard Buenen

Niet minder dan 36 jaar was Riël Backus (65) in dienst van de Congregatie van de Zusters van Liefde in Schijndel. Hij begon als directeur van verpleeghuis Sint Barbara en neemt vandaag in besloten kring afscheid als directeur werkorganisatie bij de congregatie.

Het zijn 36 jaren waarin veel gebeurd is. Niet alleen werd het categoraal verpleeghuis dat Barbara was, overgedragen aan de Stichting Verenigde Zorgcentra Schijndel maar ook nam de steeds kleiner wordende congregatie afscheid van negen kloosters, een proces waarbij Backus als zakelijk directeur, en later als directeur werkorganisatie, nauw betrokken was.

Backus kijkt met plezier terug. “Het werken voor de congregatie heeft een waarde toegevoegd aan mijn leven. De congregatie was een goede werkgever en dan doel ik niet op het salaris maar vooral op de inhoud van mijn werk.”

Fusie

Categorale verpleeghuizen genoten weinig aanzien toen Backus begon bij verpleeghuis Sint Barbara. Zij moesten hun recht van bestaan en hun belang voor hun omgeving aan zien te tonen, wilden ze in aanmerking komen voor nieuwbouw en aanpassing aan de eisen van de tijd. Een doorbraak kwam er toen Staatssecretaris van der Heijden een bezoek bracht aan Brabant en men er in slaagde hem de lunch te laten gebruiken in Sint Barbara. “Hij zag het nut van onze instelling en de noodzaak van uitbreiding en aanpassing.”

De nieuwbouw waar zo lang naar was uitgekeken, kon in 1986 worden afgerond. Vanaf dat moment kreeg het verpleeghuis een andere status, ook bij collega’s op dit terrein, zo vertelt Backus. Men telde voortaan mee. Om het verpleeghuis ook in de toekomst te kunnen behouden voor Schijndel, besloot de congregatie aan te sturen op een ontwikkeling van categoraal naar regulier verpleeghuis. Van een verpleeghuis dat was afgestemd op de opvang van religieuzen, werd Barbara een plek waar ook inwoners van Schijndel terecht konden.

De volgende stap was een fusie met de stichting Schijndelse Verzorgings Huizen in 1997 onder de nieuwe naam Stichting Verenigde Zorgcentra Schijndel. Drieëneenhalf jaar was Riël Backus daar algemeen directeur. In die periode werd de nieuwbouw van het Mgr. Bekkershuis gerealiseerd en werd gestart met de bouw van een facilitair centrum voor de SVZS. Er werd gewerkt aan verbetering van kwaliteit en automatisering en het aantal bedden werd uitgebreid.

In 2000 keerde Backus terug naar de congregatie die op dat moment op een belangrijk punt in haar lange historie stond. Algemeen overste zuster Truus Sonder: “In die tijd hadden we nog een tiental kloosters. In plaats van zorg te kunnen bieden aan anderen, hadden we zelf steeds meer zorg nodig nu de zusters ouder werden. Wij werden geconfronteerd met een steeds kleiner wordende zustergemeenschap. Sinds1972 was er geen zuster meer ingetreden. We moesten keuzes maken. Of zorg naar de kloosters brengen, of die zorg voor onze zusters centraliseren. We hebben toen het besluit genomen om het Moederhuis in Schijndel, het Sint Jozefklooster, als woonklooster te kiezen, en Annahof bij Barbara aan te wijzen als een woon- en zorgklooster. Die zorg financierden we zelf maar we conformeerden ons tegelijk aan de landelijke regelgeving op dat terrein. Het ging immers om zo´n honderd personeelsleden in die tijd.”

Backus speelde een belangrijke rol in die afbouw van negen naar twee kloosters. Hij legt uit dat tot die tijd de kloosters vrij autonome instellingen waren. “Niet alleen de verkoop van de kloosters speelde, er moest ook een oplossing gevonden worden voor het personeel dat daar in dienst was.” Dat proces verliep goed mede dankzij het ruimhartig personeelsbeleid dat door de congregatie gevoerd werd.

Samenwerking

Werken voor de congregatie was werken in een bijzondere situatie geeft Backus aan. “Bij de Schijndelse  Verzorgingshuizen had je te maken met een bestuur op afstand, hier was dat bestuur altijd nabij. Dat werkte overigens prima.” Zuster Truus beaamt dat. “Wij zijn immers als bestuur verantwoordelijk ook al hebben we een deel van de taken gedelegeerd.” Er is naar een organisatiemodel gezocht waarin dit allemaal tot zijn recht kwam. Samenwerking stond centraal. “Het leidde tot een uniek samengaan van werkorganisatie met bestuur`, aldus Backus.

De algemeen overste onderschrijft het. “We wilden een organisatie die ons past, waarbij we elkaar recht deden, want we wilden ons ook niet weg laten organiseren.” Het nieuwe model is er nu, opgezet met eigen mensen. Binnen de twee kloosters, Moederhuis en Annahof, is er nu één personeelsgroep waarbij alle diensten door een eenheid worden aangestuurd met daarboven een manager. De plaats van directeur wordt niet meer ingevuld in deze nieuwe opzet.

In alle geledingen is het proces om hiertoe te komen goed verlopen kan de overste concluderen en Backus onderschrijft dat. “Er is met iedereen overleg geweest en het is plezierig nu de zaak zo over te kunnen dragen, om op dit moment afscheid te kunnen nemen. De zusters hebben altijd veel voor Schijndel betekend en ik ben blij dat ik daar een bijdrage aan heb kunnen leveren.”

 

Zoals Riël Backus tevreden terugkijkt op zijn jaren bij de congregatie, zo tevreden is de congregatie met haar scheidende directeur. “Er is veel gebeurd en veel tot stand gekomen” aldus zuster Truus Sonder. “Mijnheer Backus was geen directeur die achter zijn bureau zat maar iemand die altijd actief was, breed inzetbaar, iemand die tussen zijn personeel stond.”