Zuster Emilie Zwaans
|
* 27 november 1931 † 5 juli 2024
Zij werd geboren in Loon op Zand op 27 november 1931. Op 4 augustus 1957 sloot zij zich aan bij onze Congregatie Zusters van Liefde te Schijndel. Zij overleed in Huize Cunera te Heeswijk-Dinther op 5 juli 2024.
Clasina (Sien) werd als eerste geboren in het gezin van Johannes Zwaans en Antonia Nouwens. Sien had drie broers en twee zussen. Samen, de ouders en kinderen, leefden ze van de opbrengst van de boerderij, een gemengd bedrijf met dieren, weiland, akkerbouw en groentetuin. Met het eenvoudige, landelijke, gelovige en tevreden bestaan was het leven ‘goed in het Brabantse land’ zoals we zingen. De hechte gezinsband en de verbondenheid met de aarde en de natuur kenmerkten zuster Emilie tot het einde van haar leven. In haar gelukkige jeugd en schooljaren bij de zusters was Sien thuis in de huishouding en op de boerderij werkzaam en zo ook bij een tante. Daarnaast genoot ze van haar jonge jaren in het dorp.
Toen Sien 24 jaar was koos zij voor een levensweg als religieuze in onze Congregatie Zusters van Liefde te Schijndel. Ze wist zich daarvoor geroepen; verdiepte zich graag in geloof en gebed. De bijbel was haar lievelingsboek. Na haar religieuze vorming in het noviciaat en de ulo-opleiding, bleef ze wonen in het Moederhuis in Schijndel en kreeg een medewerkerstaak op het administratiekantoor van de Congregatie. Vele jaren gaf ze daar haar beste krachten en verdiepte zich in de geldstromen van de financiële wereld, die vaak rijke mensen bevoordelen en armen duperen. Door haar gevoel voor rechtvaardigheid en gedreven door de Congregatie-opdracht: ‘het meer leefbaar maken van de wereld’ zette zuster Emilie zich strijdbaar in-met kennis-van-zaken-voor meer ideële banken en beleggingen samen met medezusters en landelijke werk-/actiegroepen.
Zuster Emilie leefde en woonde bij voorkeur in kleine groepen zoals in Vught en St. Oedenrode. Daar had ze contacten met buren en kinderen. Vriendschappen gaven haar vreugde en kracht. Ze was trouw en toen ze niet meer kon reizen en bezoeken, onderhield ze haar contacten met schrijven en telefoneren, vooral ook met haar familie. Ze hield van mooie gedichten, gedachten en teksten, die ze graag deelde met anderen.
Met het ouder worden namen haar mobiliteit en gezondheid af. Toch wandelde zuster Emilie iedere dag met haar rollator door de gangen van het Moederhuis en haalde zaterdags haar weekendkrant bij de Bruna. Met allerlei mensen die ze binnen en buiten tegenkwam maakte ze een praatje of gaf hen een vriendelijke groet. Zo ging zuster Emilie haar eigen levensweg met overtuiging en aandacht en zo ‘blijft zij geborgen in haar naam’ voor medezusters, familie en vriend(inn)en.
|
|
